Communicatie en Actualiteit

3276491805.jpg

De Koning en de communicatie II

Juul Schelvis
Een eersteklas verhaal. Koning Willem-Alexander sprak op 4 mei 2020 op een lege Dam, maar tegen miljoenen kijkers. Het was een persoonlijk verhaal. Wat had hem nou geraakt in zijn leven als het ging over oorlog, bevrijding en vrijheid? Juul Schelvis was de hoofdpersoon in zijn toespraak. Deze onlangs overleden, overlevende van vele concentratiekampen met Sobibor als macaber startpunt had diepe indruk gemaakt.  

Geen zaken met de Nazi’s
Een andere interessante passage ging over zijn overgrootmoeder: Koningin Wilhelmina. Die toch standvastig en fel in haar verzet was geweest. Daar valt niets op af te dingen. Wilhelmina past in het rijtje van grote leiders die in de tijd van de Tweede Wereldoorlog zeiden: met de Nazi’s doen we geen zaken. Churchill, De Gaulle, Gerbrandy. Ze was standvastig. Fel was ze ook: steeds had ze het over `De Moffen`. In haar radioredes vanuit de BBC-Studio`s kregen die er regelmatig hartstochtelijk van langs. 

Mieren
En je kon er op wachten. Omdat deze uitspraak, gedaan over een staatshoofd dat hem voorging, geen precedent had begon het mieren. Mieren over het gebrek aan uitlatingen van Wilhelmina over de Jodenvervolging en hoe schandelijk dat wel niet was geweest.  

3 feiten
Toegegeven: Wilhelmina heeft niet in iedere radiorede vanuit Londen voor deze gruweldaden aandacht gevraagd. Maar ik sloeg er Cees Fasseur, Wilhelmina’s biograaf nog maar eens op na. Op 17 oktober 1942 zei Wilhelmina tijdens een uitzending van Radio Oranje: “Ik deel van harte in uw verontwaardiging en smart over het lot onzer Joodse landgenoten; en met mijn gehele volk voel ik de onmenselijke behandeling, ja, het stelselmatig uitroeien van deze landgenoten, die eeuwen met ons samen woonden in ons gezegend vaderland, als persoonlijk aangedaan.’ En voor de oorlog had zij al blijk gegeven voor de genegenheid die zij had voor haar Joodse landgenoten. Zelfs zodanig dat zij bij haar Duitse verwanten bekend stond als de ‘Judenfreundin’. Tenslotte nog dit: tijdens de eerste Troonrede na de oorlog op 20 november 1945, begint zij haar toespraak met de volgende zin: “In smart gedenken wij de tienduizenden Joodse landgenoten, die werden gemarteld en vermoord.”  

Excuses
Maar dat was 75 later kennelijk nog niet genoeg voor de politiek correcten onder ons. Hier en daar viel zelfs te beluisteren dat de Koning zijn grootmoeder wel mocht noemen, maar dat hij excuses had moeten maken voor de weinige aandacht die zij aan de Jodenvervolging had besteed. In het licht van bovengenoemde feiten, hoeft de Koning zich niet te schamen voor hetgeen hij op 4 mei heeft gezegd.